Modeprenten 1840-1849

In de eerste helft van de 19e eeuw waren het vooral mannen die zich bezighielden met het vervaardigen van modeprenten. Na 1840 zien we echter dat het ook enkele vrouwen lukt om zich door te dringen binnen dit mannenbolwerk. Zo werden de drie zussen, Héloïse Leloir, Anaïs Toudouze en Laure Noël bekende mode-illustratrices. De gezusters kwamen uit een zeer artistieke familie, zo waren hun beide ouders verdienstelijke kunstenaars, evenals de twee zoons van Héloïse Leloir. Ook de kinderen van Anaïs Toudouze waren artistiek zeer begaafd, haar dochter Isabelle trad zelfs in haar moeders voetsporen als mode-illustratrice.

De mode werd in de jaren 1840 wat meer ingetogen ten opzichte van de uitbundige mode uit de jaren 1830. Dit gaf de tekenaars de mogelijkheid om meer werk te maken van de achtergronden, waarin ware scenes werden gecreëerd. Steeds vaker zien we vrouwen in parken of duidelijk herkenbare interieurs. Qua houdingen en activiteiten zijn de prenten nog terughoudend, we zien voornamelijk steeds twee figuren, ofwel één zittend en één staand, ofwel één van voren en één van achteren afgebeeld.

De industriële revolutie zorgde ervoor dat veel processen versneld konden worden, zo betekende ontwikkelingen bij de stoompers dat modetijdschriften in veel grotere oplages konden worden verspreid. De kopergravure was tegen deze tijd vervangen door de staalgravure, waarmee veel meer goede afdrukken gemaakt konden worden.

In Kunstmuseum Den Haag wordt de collectie ‘losse’ modeprenten bewaard; de collectie gebonden modeprenten is te raadplegen via de leeszaal Bijzondere Collecties van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag, onze samenwerkingspartner.

View all under Modeprenten 1840-1849