10 oktober 2020 t/m 31 januari 2021

Anders Zorn

De Zweedse idylle

Anders Zorn, Middernacht, 1891, olieverf op doek, 69 x 102,8 cm, Zornmuseet, Mora.

Van in klederdracht gehulde, dansende stelletjes tijdens midzomernacht tot een naakte, blonde vrouw die haar zoon door kabbelend water leidt: op de werken van Anders Zorn (1860-1920) zien we idyllische voorstellingen die we veelal nog steeds identificeren met het Scandinavische leven. Uit angst dat de traditionele manier van leven zal verdwijnen, ontpopt de Zweedse kunstenaar zich net als veel Europese tijdgenoten rond 1900 als chroniqueur van zijn thuisland. Zorn reist voor zijn succesvolle carrière de wereld over en portretteert de groten der aarde. Maar in zijn Zweedse werken zien we een kosmopoliet die na al zijn reizen pas echt verliefd wordt op zijn thuisland.

In Zweden is Anders Zorn een superster, maar in de rest van Europa is hij grotendeels aan de aandacht ontsnapt. Dit najaar brengt Kunstmuseum Den Haag 150 schilderijen, aquarellen en etsen samen in zijn eerste Nederlandse overzicht in samenwerking met het Nationalmuseum in Stockholm en het Zorn museum in Mora.

Man van de wereld
In 2020 is het 100 jaar geleden dat Zorn overleed, maar zijn leven begon in 1860 in Mora, een kleine plaats in de Zweedse streek Dalarna. Hij groeit op in een arm huishouden zonder vader. Na een opleiding aan de kunstacademie in Stockholm en een ‘grand tour’ door Europa, heeft hij de smaak van het reizen te pakken en vestigt zich in Londen en Parijs. Zorn begint met waterverf en gaat later ook olieverf gebruiken. Hij specialiseert zich in portretten die later vooral bij de hogere klasse in de Verenigde Staten in de smaak vallen. Zorn ontmoet zijn vrouw Emma Lamm als hij een portret van haar neefje maakt in Stockholm, en legt via haar familie contacten met de internationale elite.

Hoewel de Europese adel, beroemde kunstenaars en Amerikaanse presidenten recordbedragen neerleggen voor zijn portretten, beeldt Zorn mensen niet beter af dan ze zijn. Hij staat bekend als iemand die recht door zijn modellen heen kijkt en schildert hen graag in hun eigen omgeving – met hun favoriete objecten, zoals een boek of een schildersezel - in plaats van in een atelier. Soms werkt deze eerlijke aanpak ook tegen hem. Zo verbrandt de Finse kunstverzamelaar Frithiof Herman Antell het van hem gemaakte portret, omdat Zorn zijn dronkenschap niet verbergt maar juist accentueert.

Zweedse natuur
Op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889 breekt Zorn ook artistiek door als plein-air kunstenaar. Terwijl hij zich in Londen, Parijs en de Verenigde Staten in de hoogste kringen van de samenleving begeeft, trekt hij in Zweden graag de natuur in. Net als de Nederlandse kunstenaars van de Haagse School schildert hij daar graag het landschap als decor van taferelen uit het dagelijkse leven. Vooral de wijze waarop hij het lichtspel op het water vangt, oogst bewondering. Geïnspireerd door zijn prentenverzameling van Rembrandt, ontwikkelt hij zich daarnaast tot virtuoos etser.

Maar het zijn de werken van vrouwelijk naakt die hem tot publiekslieveling maken. Zorn brengt een nieuwe sensualiteit naar dit genre door zijn modellen niet alleen in het atelier, maar ook in de Zweedse natuur te schilderen. Al pootjebadend in kabbelend water of struinend door groene velden ogen de vrouwen ontspannen en vrij. In zijn eigen tijd wordt Zorn gezien als iemand die heel verschillende vrouwen puur en in hun element afbeeldt. Maar met de blik van nu wordt dit sensuele naakt ook gezien als een voorbeeld van de ‘male gaze’: het mannelijke oogpunt dat de vrouw tot subject maakt en de manier we waarop we vandaag naar vrouwen kijken nog steeds beïnvloedt. 

Volkse taferelen
Na acht jaar in Parijs vestigen Zorn en zijn vrouw zich in 1896 definitief in Zweden. Hoewel hij nog steeds de wereld rondreist om portretten te schilderen, wijdt hij zich vanaf dan vooral aan het vastleggen van het volkse leven in zijn geboorteplaats Mora. Volgens zijn vriend en kunstenaar Albert Engström is Zorn door zijn reizen “alleen maar Zweedser” geworden. Hoewel zijn huis in Mora voorzien is van alle moderne snufjes en gemakken, is Zorn bang dat de moderniteit waar hij zelf zo dankbaar gebruik van maakt de traditionele cultuur van zijn geboortestreek zal uitvlakken.

Zorn behoort zo tot het naturalisme, een stroming waarin een natuurgetrouwe weergave van de mens en zijn omgeving centraal staat. Hij bestudeert het ‘simpele’ bestaan op het platteland op een haast wetenschappelijke manier, en wil de Zweedse volksaard vastleggen. Een leven dichtbij de Zweedse natuur zou volgens Zorn puurder zijn dan ergens anders. In zijn oeuvre vinden we idyllische weergaves van landarbeiders die in de velden zwoegen, of blonde vrouwen die in traditionele klederdracht het eten bereiden of muziek maken. Midzomerdans, een werk waarop we stelletjes zien dansen tijdens het ‘Midsommar’ feest, noemt hij “het werk dat mijn diepste zelf uitdrukt”.

Het blijft niet bij schilderen alleen. Zorn en zijn vrouw verzamelen traditionele stoffen, houten paarden en andere folkloristische objecten. Ze zijn zelfs zo vastbesloten de lokale cultuur te bewaren dat ze uiteindelijk hun eigen openluchtmuseum beginnen, dat tot op de dag van vandaag te bezoeken is. Voorbeelden uit hun verzameling zullen ook in de tentoonstelling in het Kunstmuseum te zien zijn. Zorn sterft op 22 augustus 1920 op de plek waar het ooit allemaal begon: Mora. Zijn vrouw Emma zet het museum en het beheer van zijn werken voort, totdat ook zij sterft in 1942.