Modeprenten 1820-1829

Naarmate het aantal modetijdschriften toeneemt in de 19e eeuw begint ook een kwaliteitsverschil te ontstaan. Zo werden in Le Conseiller des Grâces (vanaf 1824) lithografieën in lage kwaliteit opgenomen die gekopieerd waren van de Franse modegravures. Het toenemende aantal modetijdschriften bracht ook veel onderlinge concurrentie mee. De prenten werden daardoor gedetailleerder en ook levendiger.

Zo plaatste Petit Courrier des Dames vaak twee figuren naast elkaar waarbij een interactie werd gesuggereerd. Wel werd er vanuit een vast stramien gewerkt, zo zien we veelal een staande vrouw van voren en een zittende vrouw van achteren. Ook werden vaak twee staande figuren in dezelfde kleding naast elkaar gezet, de ene van voren gezien en de andere op de rug gezien, om zo het kledingstuk optimaal te tonen. In de beschrijving van de prent werden steeds vaker de winkels genoemd waar men bijvoorbeeld de coiffures, accessoires en fournituren kon verkrijgen.

In de jaren 1820 keerde de taillelijn weer terug naar zijn natuurlijke plaats. De rokken en de mouwen worden wijder en vragen ook om meer volume in het kapsel en de hoofddeksels. Er verschijnen dan ook veel prenten met allerlei soorten hoofddeksels om de keur aan linten en pouffen mooi gedetailleerd in beeld te brengen.

In Kunstmuseum Den Haag wordt de collectie ‘losse’ modeprenten bewaard; de collectie gebonden modeprenten is te raadplegen via de leeszaal Bijzondere Collecties van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag, onze samenwerkingspartner.

Bekijk alles onder Modeprenten 1820-1829