De ongekende hoogtes van de ouderdom

Mini-tentoonstelling in quarantainetijd

  Lee Bontecou (1931), Zonder titel, 1957

In de kunstwereld, maar zeker ook daarbuiten, gaat men er stilzwijgend vanuit dat iemand zijn creatieve hoogtepunt beleeft voor het 35e jaar. De meeste kunstprijzen zijn immers voor jong talent. Voor de oudere kunstenaar is opvallend weinig aandacht, en dat is onterecht. In de collectie van het Kunstmuseum zijn een aantal - zonder twijfel - geniale stukken te vinden die kunstenaars juist op hoge leeftijd produceerden. Zo werkte Monet tot ongeveer zijn tachtigste aan onze publiekslieveling Blauweregen. In de tentoonstelling Monet. Tuinen van verbeelding is daar onlangs nog uitgebreid aandacht aan besteed. Daarom kies ik er nu juist voor om enkele andere late meesterwerken uit te lichten.

Claude Monet (1840-1926), Blauweregen, 1917-1920

In 1987 is Louise Bourgeois 75 jaar en begint ze met het maken van haar Cells, die misschien wel het belangrijkste deel van haar omvangrijke oeuvre vormen. In de vaste tentoonstelling ‘Ontdek het Moderne van het Kunstmuseum is Cell XXVI permanent te zien. In de Cell hangen drie onderrokken en een juten spiraalvormige pop voor een spiegel. Niet alleen de pop wordt lichtelijk vervormd in de spiegel, maar je kunt ook jezelf er niet helemaal scherp in zien. Bij de pop is bovendien onduidelijk of  we hier te maken hebben de binnen- of  juist de buitenkant van een lichaam. Is dit een figuur die handelt vanuit zijn eigen kern of heeft hij of zij zich juist voor de buitenwereld in allerlei bochten gewrongen? Cell XXVI gaat over de onmogelijkheid een helder beeld van jezelf of van een ander te hebben. De spiraal is voor Bourgeois essentieel om dit uit te drukken. In een interview zei ze: “De spiraal is een poging om de chaos te controleren. Het kan twee richtingen op gaan. Waar positioneer je jezelf? […] Als je begint aan de buitenkant ben je bang om de controle te verliezen, je raakt verstrikt in de draaiing, tot het punt dat je bijna verdwijnt. Als je in het centrum van de spiraal begint, kun je de beweging naar buiten maken, kun je geven, de controle opgeven. Dan is de spiraal een gebaar van vertrouwen, van positieve energie, van het leven zelf.” Alleen wie levenservaring heeft, weet dat iedereen beide kanten van de spiraal kent.

De een ziet er een vogel in, de ander een deel van het melkwegstelsel. Lee Bontecou begint aan haar hangende sculptuur Zonder Titel als ze 65 jaar is. Alles aan dit werk maakt ze zelf. Ze bakt de keramische onderdelen en bouwt, last en rijgt alles aan elkaar totdat de verschillende elementen in een voor haar perfecte balans komen. De explosieve kracht die van dit hangende werk uitgaat, een soort oerknal in het midden die via de ijzerdraden zijn energie geleid naar rustiger vaarwater, is al te vinden in de grote inkttekeningen van landschappen die Bontecou rond 1957 in Italië en Griekenland schetst. De lijnenstructuur van deze vroege tekeningen vindt je ook weer terug in het reliëf uit 1960  in de collectie van het Kunstmuseum. Als je op deze manier naar Bontecou’s oeuvre kijkt blijken al haar werken kris kras door de tijd aan elkaar gerelateerd. In de tekeningen en (wand)sculpturen die ze begin jaren zestig heeft gemaakt is een beeldtaal ontstaan, waar Bontecou haar hele leven uit zal blijven putten. In de jaren negentig geeft ze deze taal in haar hangende sculpturen, waar ook het MoMA, New York er een van in de collectie heeft, letterlijk en figuurlijk alle ruimte. Bontecou beschrijft haar werkwijze zelf als volgt ‘…Ik grijp terug, grijp terug op het verleden, pak het op en duw het voorwaarts…’

Piet Mondriaan doet iets soortgelijks met zijn Victory Boogie Woogie (1944). Hij begint in 1942 aan dit grote ruitvormige schilderij, waarvan hij wil dat het vrij en asymmetrisch wordt: zonder de klassieke balans die in veel van zijn oudere werk te vinden is. Hij probeert het ritme van Amerika te vangen zoals hij die ook herkent in de Boogiewoogie muziek. Mondriaan schuift voortdurend aan de compositie en gooit hem ook een aantal keer totaal om. Hij sterft op 71-jarige leeftijd voordat het voltooid is, maar Victory Boogie Woogie vormt het hoogtepunt van zijn oeuvre en is hét icoon van de abstracte kunst. In het najaar van 1943 worstelt hij volop met dit schilderij en geeft hij meermaals aan dat er ‘teveel oude in het nieuwe zit’. Met die toepasselijke uitspraak geeft hij aan dat wie naar het nieuwe verlangt, niet anders kan dan uitgaan van het oude. De kunstenaar die dat heeft begrepen, dooft na zijn jeugd niet uit, maar veert telkens opnieuw op, steeds weer wat hoger.

Piet Mondriaan (1872-1944), Victory Boogiewoogie, 1942-1944

Deze mini-tentoonstelling is samengesteld en geschreven door Laura Stamps, conservator moderne en hedendaagse kunst