05-02-2026

Nieuwe muurschildering van Hadassah Emmerich in trappenhuis Kunstmuseum Den Haag

Kunstmuseum Den Haag heeft kunstenaar Hadassah Emmerich uitgenodigd om een nieuwe muurschildering te realiseren in een van de monumentale trappenhuizen van het museum. De muurschildering Petals Pulp Papaya Plunge is speciaal voor deze plek ontworpen en omsluit de bezoeker met een weelderige wereld van geabstraheerde planten en vruchten. Het werk is geïnspireerd op de batikpanelen in een van de historische stijlkamers in het Kunstmuseum en gaat een dialoog aan met de architectuur van het museumgebouw, ontworpen door Hendrik Petrus Berlage. Met deze beeldbepalende opdracht zet het museum een stap om structureel ruimte te geven aan vrouwelijke makers. Petals Pulp Papaya Plunge is vanaf 14 februari te zien. 

‘Met de muurschildering van Hadassah Emmerich bevordert het museum diversiteit en inclusiviteit in onze collectie door letterlijk ruimte op te eisen voor vrouwelijke kunstenaars binnen het museum als instituut en de museale canon.’   

- Margriet Schavemaker, directeur Kunstmuseum Den Haag 
 
In het ruim zeven meter hoge, monumentale trappenhuis heeft Hadassah Emmerich een geabstraheerde, kleurrijke plantenwereld gecreëerd: een weelderig universum van slingerende bladeren, suggestieve vruchtvormen en vervormde pauwenogen. Een in verschillende formaten en kleurcombinaties terugkerend motief is dat van de papaya. Deze vrucht is door Emmerich niet alleen gekozen vanwege haar seksuele connotaties, maar ook vanwege haar interesse in het idee van verbastering: de bastaard, de hybride soort die nergens volledig bij hoort en tegelijkertijd heel sterk is. Die spanning vormt een kernmotief in haar werk. 

Emmerichs persoonlijke achtergrond speelt daarin een belangrijke rol. Ze groeide op in een katholiek dorp in Limburg als niet-katholiek meisje, met een Chinees-Indonesische vader en een Duitse moeder. Al vroeg ervoer zij wat het betekent om als buitenstaander te worden gezien. In haar werk stelt zij het idee van een ‘oorspronkelijke’ of ‘pure’ identiteit ter discussie en viert zij juist vermenging en hybriditeit op cultureel, raciaal en seksueel vlak. 

De enorme muurschildering is door Emmerich aangebracht door een specifieke sjabloontechniek: uit stukken vloervinyl snijdt ze vormen die ze inrolt met drukinkt, vaak in subtiele kleurverlopen, en vervolgens afdrukt op doek, papier of – in dit geval – de muur. Deze techniek resulteert in een soort monoprints: elk werk is uniek, maar motieven en sjablonen keren regelmatig terug.

Het resultaat is een dubbelzinnige abstractie. De uitvergrote, tropische gekleurde motieven – de verleidelijke pauwenogen, de bananen, de papaya’s – zijn zo sterk vervormd dat ze tegelijkertijd doen denken aan lichaamsdelen. Waar de erotische verwijzingen eerder in haar oeuvre veel explicieter waren, ondermijnt Emmerich hier juist een eenduidige lezing. Het historische gezichtspunt van de exotiserende male gaze is vervangen door een esthetiek die meerduidig en veelzijdig is. “Ik wil die eenrichtingsblik doorbreken, en op een positieve en humoristische manier spelen met de erotische female gaze.” 

Site specific 

Het ontwerp voor het trappenhuis is nadrukkelijk site specific. Emmerich liet zich inspireren door de batikpanelen in de Dijsselhofkamer, een van de historische stijlkamers van het museum (gelegen op de eerste verdieping nabij Emmerichs wandschildering). Al vroeg in haar carrière raakte Emmerich gefascineerd door batik, de Indonesische techniek om lappen textiel te verven. Naast de formele en visuele kwaliteiten van batik speelt ook de historische gelaagdheid ervan een belangrijke rol in haar werk: de koloniale context, culturele toe-eigening en wederzijdse esthetische beïnvloeding die met deze techniek verbonden zijn. 

Daarnaast gaat de muurschildering een expliciete dialoog aan met het gebouw zelf. Lange tijd bleef onderbelicht dat architect Berlage zich tijdens zijn reis in 1923 naar de toenmalige kolonie Nederlands-Indië sterk liet inspireren door de architectuur aldaar, iets wat ook in de architectuur van het museum doorwerkt. Met deze nieuwe muurschildering wordt dat aspect van de architectuur aangesproken en zichtbaar gemaakt. 

Zichtbaar statement 

De identiteit van het Kunstmuseum wordt in grote mate bepaald door de collectie, die historisch gezien vooral is opgebouwd uit werken van mannelijke kunstenaars. Het museum zet zich actief in om meer evenwicht te brengen in de collectie, onder andere door letterlijk de muren van het museum aan te pakken. Met oog voor meerstemmigheid en een bredere representatie wil het Kunstmuseum structureel een prominente plek geven aan vrouwelijke makers.  

In dat kader nodigt het Kunstmuseum drie vrouwelijke kunstenaars uit om nieuwe muurschilderingen te realiseren in drie van de vier monumentale trappenhuizen. Hadassah Emmerich is de eerste kunstenaar, later dit jaar volgen Natasja Kensmil en Pamela Phatsimo Sunstrum. De nieuwe muurschilderingen geven het gebouw en de collectie een zichtbare, eigentijdse impuls en bouwen tegelijkertijd voort op de lange traditie van muurschilderingen in het museum.  

Over Hadassah Emmerich

Hadassah Emmerich (Heerlen, Nederlands, 1974) woont en werkt in Brussel. Na de opleiding schilderkunst aan de kunstacademie in Maastricht, zet ze haar studie voort aan het Hogere Instituut voor Schone Kunsten in Gent en later aan de Goldsmiths College in London. Al vroeg werkt Emmerich met een vorm van expanded painting. Ze experimenteert met uiteenlopende verfsoorten, technieken en dragers. Haar werk is geexposeerd op vele plekken als Kunsthal Kade, Bonnenfanten Museum en Centraal Museum. Haar werk is opgenomen in collecties van onder meer Rijksmuseum Amsterdam, Muzee Oostende, Museum Voorlinden en Kunstmuseum Den Haag. Ook is haar werk in de vorm van een muurschildering te zien in de publieke ruimte, bijvoorbeeld in het Erasmus ziekenhuis Rotterdam, de Papiermolentunnel in Groningen en de Nederlandse Ambassade in Jakarta (Indonesië). Emmerich wordt gerepresenteerd door Galerie Ron Mandos, Amsterdam.