Teken voor een andere wereld

Marcel van Eeden (1965), Cornelia Maersk (serie elk 19 x 28 cm), 2009/2010, zwart potlood en gouache op geschept papier, collectie Kunstmuseum Den Haag

De Amerikaanse kunstenaar Lee Bontecou verwoordt het heel mooi: “The little pencil is a magic box…You can take a piece of paper and walk anywhere.” Het Kunstmuseum en GEM organiseerden het laatste decennium een reeks tentoonstellingen van kunstenaars als Marcel Dzama, Marcel van Eeden, Rinus van de Velde, Jana Gunstheimer en Charles Avery die zich tot in hun vezels bewust zijn van de vrijheid die het tekenen biedt. Ze vertrekken in hun multimediale oeuvres allemaal vanuit het tekenen en laten van daaruit andere werelden ontstaan. Opvallend is het verhalende én kritische karakter van het werk van deze kunstenaars.

Rinus van de Velde is ongeveer tien jaar geleden bekend geworden met zijn monumentale houtskooltekeningen, waar hij zelf steeds de hoofdrol in speelt. In deze tekeningen lijkt hij te onderzoeken wat hij allemaal zou kunnen zijn zonder het in het echt te hoeven uitproberen; van tennisser tot schaakkampioen. Een aantal jaar later begint hij exotische decors in zijn atelier te bouwen, neemt daar samen met vrienden in plaats, maakt een foto en tekent deze na. Het is net als in de wereld van Facebook en Instagram; Van de Velde gaat nergens heen, maar weet zo toch de indruk te wekken overal te zijn geweest. Sinds een aantal jaar maakt hij totaalinstallaties waarin hij verschillende alter ego’s introduceert. Voor zijn presentatie in het Kunstmuseum in 2016 stichtte hij bijvoorbeeld als Isaac Weiss een kunstenaarskolonie waarin allerlei verschillende kunstenaars van verschillende tijden samen leven en werken.

Zaalfoto Rinus van de Velde - Rinus van de Velde

Rinus van de Velde (1983), Frank, I need separate buildings, 2016, houtskool op papier, 126 x120 cm, collectie Kunstmuseum Den Haag - aankoop met steun van het Mondriaan Fonds

In de tekening Frank, I need seperate buildings vraagt Isaac aan de wereldberoemde architect Frank Lloyd Wright [1867-1959] advies voor de inrichting van de kolonie. Uit het geschreven onderschrift wordt duidelijk dat Isaac een aparte werkruimte nodig denkt te hebben voor al de media waarmee hij werkt. Alleen met een eigen ruimte en sfeer voor het schilderijen, het tekeningen, beeldhouwen en de keramiek kan weerspiegeld worden hoe groot het genie van Isaac is. Van de Velde: ‘De kolonie is opgebouwd uit verschillende concentrische cirkels. De kleinste kringen dichtbij het middelpunt (de plek waar Isaac woont en werkt, als een soort dictator) zijn voorbehouden voor zijn naaste vrienden en kunstenaars die hij respecteert. Hoe verder je naar buiten treedt hoe meer de kwaliteit van de vriendschap en de kunst afneemt, volgens Isaac.’ Zonder twijfel een ironische kritiek op de hiërarchie in de kunstwereld.

GEM organiseerde in 2015 de tentoonstelling ‘What’s the matter with Idealism?’. Charles Avery werkte toen al meer dan 10 jaar aan zijn project ‘The Islanders’, waarin hij met behulp van tekeningen, teksten, video, objecten en installaties een niet bestaand eiland in kaart brengt. Het eiland is een fictieve samenleving, die op verschillende manieren een spiegel vormt voor de onze. Zo is de eindeloze wijsgerige discussie die op het eiland gaande is een humoristische verwijzing naar de praktijk van de filosofie. Op de tekening And what’s the matter with Idealism, darling? is een diepzinnig aandoende dame te zien met een pijp. De rook die uit deze pijp komt vormt het woord matter uit de titel. De intelligentsia weten de problemen altijd heel goed te verwoorden, maar of ze ook daadwerkelijk iets aan de situatie veranderen, is twijfelachtig. Naar aanleiding van de tentoonstelling is uiteindelijk ook de installatie Untitled (Miss, Miss finally gives in by tree where Aeaen sought to bamboozle the One-Armed Snake…)  in de collectie van het Kunstmuseum opgenomen. In deze grote glazen kijkkast speelt zich weer een heel andere scene uit ‘The Islanders’ af.

Zaalfoto Marcel van Eeden - Ik ben G.S. 3, the killer van Den Haag

Het Kunstmuseum volgt de kunstenaar Marcel van Eeden al vanaf zijn tijd op de Academie in Den Haag. Bij hem staat een ding vast: alle scenes die hij tekent, zijn afkomstig van voor zijn geboortejaar 1965. Hij baseert zijn werk daarom op bestaand beeldmateriaal dat hij vindt in oude tijdschriften, boeken of kranten. De onderwerpen lopen uiteen van jaren vijftig interieurs, cartoons, nieuwsfeiten tot abstracte patronen of teksten. Sinds een decennium maakt Van Eeden verhalende tekeningenseries die samen een complex (misdaad)verhaal vertellen. Ook kiest hij er soms voor een scene in 3D uit te voeren, zoals hij deed van het ‘plaats delict’ in de tentoonstelling ‘Ik ben G.S. 3, the killer van Den Haag’ in 2014. 

Een van de mooiste series uit de collectie is Cornelia Maersk, over het gelijknamige Deense schip dat op 5 januari 1942, net voordat het aankomt in Rotterdam zinkt. Het schip gaat ten onder na een luchtbombardement ter hoogte van de coördinaten ‘N51⁰75’43-EO⁰59’98’. Van Eeden blijft in tegenstelling tot Van de Velde en Avery heel dicht bij de realiteit. Maar door de manier waarop hij dat doet wordt de kijker zich er van bewust dat ook de werkelijkheid een constructie is, een verhaal. Veel van de tekeningen worden vergezeld door een of twee zinnetjes tekst waardoor een haast romantische geschiedenis ontstaat over een avontuur op zee. Als hij een andere opbouw of tone of voice had gebruikt was misschien de gruwelijkheid van deze ramp blijven hangen. Door Van Eedens keuzes overheerst juist de poëzie. De serie over deze ramp begint en eindigt met een lege zee. Alles is veranderd, alles is hetzelfde.