Toveren met naald en draad

Een kijkje achter de schermen

In het atelier van Kunstmuseum Den Haag verricht textielrestaurator César Rodríguez Salinas wonderen. Beschadigde stoffen, verdwenen kraaltjes of vervaagde kleuren: hij zoekt altijd naar de beste oplossingen, zodat kledingstukken uit onze collectie er weer prachtig uitzien. Om te beginnen duikt hij in de geschiedenis van een kledingstuk en verdiept zich in de gebruikte materialen. Na dit onderzoek volgt een fase van testen en het daadwerkelijke uitvoeren van de restauratie. Hoe dat in zijn werk gaat, vertelt hij aan de hand van de restauratie van een avondjurk van Boué Soeurs (voorjaar/zomercollectie 1923), gemaakt van crèmekleurig klos- en naaldkant, tule en wit borduursel op batist, met een corsage linksvoor en een strik van oranje zijden lint linksachter.   

Samen met modeconservator Madelief Hohé bepaalt César welke kledingstukken (waar veel aan moet gebeuren) interessant zijn voor geplande tentoonstellingen en dus in aanmerking komen voor restauratie. De japon van Boué Soeurs is geselecteerd omdat deze werd getoond in onze tentoonstelling Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode (2018), en daarna ook in het kader van samenwerkingsprojecten met Mode Museum Hasselt (België) in 2019 en een toekomstig project in het Peabody Essex Museum (Verenigde Staten) in 2020.

Achtergrond
Het etiket aan de binnenzijde laat zien dat de japon afkomstig is van het vermaarde modehuis Boué Soeurs (Fig. 1). Dit succesvolle modehuis stond onder leiding van de gezusters Sylvie en Jeanne Boué, die in 1899 hun eerste zaak openden in Parijs. Zij onderscheidden zich door het gebruik van exclusieve materialen, zoals met de hand vervaardigd kant met lintbloemen en Filet Boué-kant met bloemdessin. De dessins werden ontworpen door hun eigen kantklosters en groeiden uit tot het handelsmerk van het huis (Fig. 2).

Fig. 2. Hierboven een detailfoto van de verschillende materialen: katoenbatist, katoentule, gebloemd katoenkant (Filet Boué) en wit-borduurwerk. Onder bloemen van lint gecombineerd met diverse linten van satijnzijde.

Naast deze materialen maakten de gezusters ook graag gebruik van steviger materiaal als goud- of zilvertextiel. Hiermee werden volumineuze silhouetten gecreëerd, zoals de jurken voor debutanten aan het hof of de zogenaamde robe de style-creaties die enorm populair waren in de jaren 20. Het succes bracht de dames Boué ertoe een tweede huis te openen in New York, waar ze vanaf 1915 eveneens grote bekendheid genoten.

Musea in de hele wereld hebben modellen van huize Boué in hun collectie, waaronder het Fashion and Technology Museum of New York (FIDM), het Metropolitan Museum of Art (MET) en zelfs het Kyoto Costume Museum.

De japon
De avondjurk die César heeft gerestaureerd, is vervaardigd voor de voorjaar/zomercollectie 1923. Het is gebaseerd op een karakteristiek ontwerp van de gezusters dat bekendstaat als Bagatelle of Radieuse. Promovenda Waleria Dorogova heeft dit achterhaald via een schetsboek dat nu in het bezit is van het Musée Galliera in Parijs. Hierin staan modellen die qua constructie vergelijkbaar zijn met die van de japon in de collectie van het Kunstmuseum (strik aan de zijkant, een corsage van lintbloemen op de schouder en het gebloemde kant genaamd Filet Boué) (Fig. 3).

​​​​​​​Fig. 3. Schets Bagatelle-japon. Collectie Museé Palais Galliera (Paris) ©

Fig. 4.

De japon vóór behandeling
De japon verkeerde in een redelijke toestand, afgezien van zeer opvallende bruine vlekken en vergeelde plekken op de voor- en achterzijde (Fig. 4). Verkleuring treedt vooral op onder invloed van uv-licht, wanneer het materiaal niet gewassen is met neutraal wasmiddel of bewaard wordt in een omgeving met zuren. Dergelijke degradatieprocessen zijn ook aangetroffen bij vergelijkbare stukken uit andere museumcollecties.

Verder bleek de strik op de zijkant van de japon erg fragiel te zijn en dat leverde verschillende problemen op bij de conservatie. De strik, gemaakt van lint van moiré-zijde, vertoonde diverse gaten en scheurtjes en was dus niet meer zo stevig. De slechte conditie is waarschijnlijk te wijten aan de manier waarop de strik destijds is geconstrueerd. Het karakteristieke golfpatroon van moiré wordt gecreëerd door toepassing van garen van verschillende diktes. Om het karakteristieke moiré-effect te creëren heeft de zijde extreme behandelingen ondergaan (koken, bleken en zelfs persen) en dat verklaart dan ook de staat van de strik vóór de conservatie.

Helaas was het niet mogelijk om de zijde aan de binnenkant te analyseren. Daarmee was wellicht de belangrijkste oorzaak van het degradatieproces van het materiaal vastgesteld (Fig. 5).

Behandeling
Voorafgaand aan de behandeling bespraken César en Madelief verschillende opties. Besloten werd de strik eerst zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen zodat de japon in zijn geheel kon worden bestudeerd. Omdat niet alle delen van het fragiele materiaal bereikt konden worden, is besloten de strik los te maken en apart te behandelen. Nadat de strik was verwijderd, trof César rijgdraden in verschillende kleuren aan. Soms betrof het een enkele witte draad, maar ook dubbele draden in roze of bruin. (Fig. 6).

Fig. 6. Diverse lange rijgsteken op de achterzijde van de strik.

Om te beginnen moest de souplesse van de zijde worden hersteld. Het materiaal was namelijk sterk uitgedroogd en fragiel. Stap voor stap zijn alle oude draden verwijderd en bewaard voor onderzoek. De verschillende textieldelen werden glad gemaakt, met een koud stempel voorzien van een nummer en onder glasplaatjes gelegd (Fig. 7). Het materiaal werd gerangschikt en geprepareerd voor de volgende conserveringsbehandeling.

Fig. 7. Alle componenten van de strik gerangschikt.

Omdat het materiaal zo fragiel was, combineerde César de plaktechniek met rijgsteekjes. Vooraf zijn tests uitgevoerd met diverse zijdesoorten uit ons onderzoeksmateriaal om de optimale combinatie van lijm, oplosmiddel en concentratie te vinden. Deze werd vervolgens met een warme spatel op vooraf geverfde zijdetule onder het oorspronkelijke materiaal aangebracht. Deze eerste stap van de behandeling bood tevens de gelegenheid om het materiaal goed te prepareren voor de volgende: de rijgfase.

Ook hiervoor werden eerst verschillende zijdesoorten getest. Habotai-zijde leverde de perfecte match op. Het werd eerst geverfd met CIBA-verf en bevestigd met zijdegaren in de oorspronkelijke kleur van het materiaal (Fig. 8).

Tot slot werden alle onderdelen die de strik vormden gerangschikt volgens het oorspronkelijke patroon van de moiré zijde en bevestigd met polyestergaren van Gutterman.

Als je nu de foto van vóór en na de behandeling bekijkt, kun je bijna niet meer geloven dat het om dezelfde strik gaat. Een fantastisch resultaat!

Wilt u nog meer leren van César? In deze video van de Nederlandse Kostuumvereniging vertelt hij meer over zichzelf en zijn werk:

Deze video is gemaakt door Rosalie Sloof en Roel van Tour