gravure: Willem Jacobszoon van Heemskerk [1613-1692]

Berkemeier

BESCHRIJVING

Voetrand van gesponnen glasdraad. Ingestoken bodem. Conische schacht en kelk aan één stuk geblazen. Op schacht vier opgelegde grote doornnoppen, dunne glasdraad tussen schacht en kelk. Op kelk in Romeinse kapitalen gekalligrafeerd opschrift "HAEC VINI MENSURA FUIT, QUA GROTIUS OLIM CAPTIVUS CURAS LENIIT ATQUE SITIM" ofwel 'Gedurende de tijd van zijn gevangenschap lestte dit glas de dorst en de zorgen van Hugo de Groot'. Onder op voet rond het pontilmerk gesigneerd: "Willem van Heemskerk, Aet. 74. Anno 1687. LEYDEN scripsit".



HERKOMST

Volgens overlevering heeft de berkemeier toebehoord aan Hugo de Groot (1583-1645) tijdens zijn gevangenschap op slot Loevestein van 1619-1621. De Groot of Grotius was één van de belangrijkste rechtsgeleerden van Holland: als theoloog, historicus, filoloog, dichter, staatsman en jurist was hij verantwoordelijk voor vele geschriften die van onschatbare waarde zijn geweest voor de formulering van het internationale recht. Hij werd vanwege zijn remonstrantse ideeën in 1619 veroordeeld tot levenslange opsluiting op Loevestein. Twee jaar later wist hij met hulp van zijn vrouw Maria van Reigersbergh en een dienstmeisje in een boekenkist te ontvluchten . De Groot en zijn spectaculaire ontsnapping hebben gedurende de afgelopen eeuwen tot ieder verbeelding gesproken, vandaar dat de herkomst en de gebeurtenissen rondom het glas zo goed zijn vastgelegd in gedrukte bronnen, brieven en gedichten (zie literatuur). Toen de broer van Maria van Reigersbergh met het in zijn bezit gekomen glas tijdens een diner een toast uitbracht op De Groot, heeft een van de tafelgasten, mr. Justus Rykwaard, spontaan de gekalligrafeerde Latijnse tekst gedeclameerd. Van Reigersbergh was hiervan zo onder de indruk dat hij het glas aan Rykwaard schonk. Zeer waarschijnlijk heeft vervolgens Rykwaard in 1687 Van Heemskerk de opdracht gegeven de Latijnse spreuk op het glas te kalligraferen. Ook de latere herkomstgeschiedenis is nauwkeurig vastgelegd. Toen het glas in 1832 uitgebreid werd beschreven en van tekening voorzien (de berkemeier was toen in het bezit van Hugo Cornets de Groot), werd genoteerd dat het glas werd bewaard in een ronde spanen doos. Deze doos is niet bewaard gebleven.



VERAARDIGING

Geboren en getogen in Leiden maakte Van Heemskerk (1613-1692) een glanzende carrière als lakenscheerder en -koopman. In 1674 bracht hij het tot staalmeester in de Lakenhal, een functie die veel aanzien genoot in dé textielstad van Holland. Aan het kalligraferen wijdde hij zich vooral op latere leeftijd en zo schaarde hij zich onder de vele amateurs die deze vaardigheid als aangenaam tijdverdrijf beoefenden. Met uitzondering van twee vroege voorbeelden uit 1648, is zijn werk tussen 1667 en 1691 te dateren. Hij schonk veel van zijn glazen aan relaties en genoot al snel grote bekendheid op dit gebied. Daarnaast was Van Heemskerk een zeer belezen man die graag dichtte en zelfs een toneelstuk schreef, eigenschappen die in zijn graveerwerk terugkomen. De spreuken die hij kalligrafeerde, zijn veelal ontleend aan bijbelteksten en spreekwoordenboeken. Van Heemskerk was zeer productief: in totaal zijn 96 door hem gesigneerde glazen bekend, waarvan 78 zich in openbare collecties bevinden en 18 glazen anderszins zijn gedocumenteerd. Bovendien worden 21 glazen aan hem toegeschreven, op stilistische gronden en op grond van de gelijkenis in spreuk met een van de 247 gekalligrafeerde glazen, waaronder een groot aantal van de hand van zijn grootvader, uit het bezit van kleinzoon Leonard van Heemskerk. Deze kleinzoon liet zijn collectie in 1771 in Leiden veilen, welke gebeurtenis een catalogus bewaard is gebleven. Smit heeft berekend dat het oeuvre van Willem van Heemskerk tussen de 200 en 250 glazen moet hebben geteld. Zie Smit 1989 a, p. 28-34 en Smit 1995 voor het levensverhaal en kenmerken van het schrift; Van Gelder 1940 voor de veilinglijst uit 1771 met de spreuken op de glazen; het Rijksmuseum bezit een groot aantal van zijn glazen, zie Ritsema van Eck 1995, cat. nr. 76-78, 83-86, 88-99.



VOORSTELLING

De kunst van het kalligraferen of schoonschrijven op glas bereikte een hoogtepunt in de eerste helft van de zeventiende eeuw met de zusters Roemers Visscher en Anna Maria van Schurman. Slechts een klein aantal glazen van hun hand is bewaard gebleven. Ook in de tweede helft van de eeuw zette dit hoge niveau zich voort en zorgde voor een stroom van gekalligrafeerde glazen en flessen, waarvan tegenwoordig elke respectable glasverzameling wel voorbeelden in huis heeft. Hoewel schoonschrijven de gehele zeventiende eeuw een bezigheid was waarin traditioneel veel schoolmeesters excelleerden, was het schrijven op glas zelden het werk van professionele kalligrafen, eerder een aangenaam tijdverdrijf voor mannen en vrouwen uit de hogere lagen van de burgerij. Kalligraferen vereist een grote concentratie, een vaste hand en een goed oog om de letters niet al te sierlijk vorm te geven met krullend bijwerk, maar ook om op rond glas de onderlinge afstanden zodanig te bepalen dat de tekst goed uitkomt. Zie over de Nederlandse zeventiende-eeuwse kalligrafie en een inventarisatie van de gekalligrafeerde teksten Smit 1989 a. De beroemdste kalligraaf waarvan het meeste werk bewaard is gebleven, is ongetwijfeld de in Leiden werkzame Willem Jacobsz. van Heemskerk. Het Kunstmuseum bezit vier flessen, een roemer, een kelkglas en een berkemeier die door Willem van Heemskerk op zijn kenmerkende wijze zijn gesigneerd. Een door Jacob van Heemskerk gesigneerd glas met kalligrafie in de collectie is het enige werk dat van hem bekend is. Een stadsgenoot en door familierelaties mogelijk bekende van Van Heemskerk was de schoolmeester François Crama, die eveneens een hoog niveau bereikte met het kalligraferen op glas. Van hem bezit het museum een gesigneerd glas en een aan hem toegeschreven dekselbokaal.



BRON

Pijzel-Dommisse, Eliëns 2009

J. Pijzel-Dommisse, T.M. Eliëns, cat. tent. Glinsterend Glas. 1500 jaar Europese Glaskunst. De collectie van het Gemeentemuseum Den Haag, Zwolle/Den Haag (Gemeentemuseum Den Haag) 2009, nr. 280



Vermelde literatuur/referenties:



Van Gelder 1940

H.E. van Gelder, 'Willem Jacobsz. Van Heemskerk, glasgraveur', in: Oud Holland 57 (1940), p. 181-192



Ritsema van Eck 1995

P. C. Ritsema van Eck, cat. Glass in the Rijksmuseum, II, Zwolle/Amsterdam (Rijksmuseum) 1995



Smit 1989 a

F.G.A.M. Smit, Inscriptions in Calligraphy on glass. Uniquely Dutch seventeenth-century calligraphy on glass, Peterborough (ongepubliceerd manuscript) 1989



Smit 1995

F.G.A.M Smit, 'Willem Jacobszoon van Heemskerk (1613-1692), Vermaard glaskalligraaf', in: Vormen uit Vuur (1996), p. 2-1

Afmetingen
hoogte 7 cm
diameter 11,7 cm
Materiaal
helder lichtgroen glas met diamantlijngravure
Datum
glas: 1610-1620
gravure: 1687
Plaats vervaardiging
glas: Duitsland of Nederlanden
gravure: Leiden
Objectnummer
1004837
Kunstmuseum Den Haag