Eenheid in (dis)harmonie

Donald Judd is een Amerikaanse kunstenaar die wegkomt met het onmogelijke; hij is een van de weinige, en misschien wel de enige moderne kunstenaar die perfectie wist te bereiken. Dat klinkt misschien gek in eerste instantie. Een veel gehoorde opvatting is immers dat een kunstenaar een volkomen evenwichtig werk heeft gemaakt. Ik denk echter dat het - gelukkig - zelden gebeurt. Waarom gelukkig? In de imperfectie schuilt de kracht van het kunstwerk, het eigene van de kunstenaar. Een te perfect kunstwerk is zielloos. Maar niet bij Judd.

Judds werken zijn harmonisch, iets dat niet van de schilderijen van Mondriaan kan worden gezegd. Zelfs al lijkt een schilderij van Mondriaan symmetrisch, toch zal je geen compositie vinden met een horizontale of verticale lijn in het midden van het beeldvlak. En ook de uitvoering is bij Mondriaan nooit volmaakt; de lijnen lopen niet kaarsrecht of het doek loopt – al is het maar een centimeter - taps toe. En zo is het formaat van Tableau 1 niet een exact vierkant, maar is de hoogte drie centimeter langer dan de breedte. 

Piet Mondriaan, Tableau 1 (Schilderij 1), 1921, olieverf op doek, 103 x 100 cm, Kunstmuseum Den Haag

Wat de werken van Mondriaan telkens weer zo ontroerend mooi maakt, is het handschrift van de meester. In bijna ieder werk is er wel een lijn die iets “bibbert”. Maar het belangrijkste voor de indruk die zijn werk maakt op de toeschouwer is de richting waarin hij zijn penseel heeft gehanteerd. Soms horizontaal, soms verticaal en dan weer met een zigzag beweging laat hij de verf heel fijn een lijn of vlak vormen. Die verschillende richtingen zijn van elementair belang voor de werking van het doek. Want een schilderij is dode materie: doek en verf. Maar licht kust het tot leven. Licht valt op de verf en afhankelijk van de richting van de penseelvoering weerkaatst het licht in een bepaalde hoek. Bovendien kan verf een transparante werking hebben of een opake (absorberende). Licht wordt zo weerkaatst of opgenomen. En daardoor lijkt het soms of het platte vlak van een schilderij vibreert. Dat zien we bijvoorbeeld duidelijk bij Compositie met grijze lijnen.

Piet Mondriaan, Compositie met grijze lijnen, 1918, olieverf op doek, 84,5 x 84,5 cm, Kunstmuseum Den Haag.

Judd is net als Mondriaan een ware componist, een componist met kleuren en vlakken. Dat springt wellicht niet zo in het oog, want wat allereerst opvalt bij Judd zijn de perfectie en de ruimtelijkheid van het werk. Maar als het dat alleen zou zijn, zou het werk doodsaai zijn. Judd had een instinct om materialen te kiezen om hun kleur en  de mogelijkheden die het materiaal bood in combinatie met andere kleuren. Zo kon hij hout (hier doodeenvoudig multiplex) combineren met gekleurd perspex of aluminium met autolak. Industriële materialen die op zichzelf niets kunstzinnigs hebben.

Donald Judd, Zonder titel, 1987, multiplex en rood perspex, 100 x 100 x 50, Kunstmuseum Den Haag

Ook de combinaties die hij in zijn gekleurde werk maakt zijn ingenieus, zonder gekunsteld over te komen. Sterker, zonder zijn aantekeningen is het vaak lastig de relaties tussen de verschillende kleuren te doorgronden, waardoor het lijkt alsof de kleuren willekeurig zijn  gekozen. Maar niets is minder waar. De kleurcombinaties van Judd zijn niet rigide. Hoewel het werk van Mondriaan moeilijk rigide te noemen valt, is het aantal kleuren overzichtelijk: rood, geel en blauw en de niet-kleuren wit, zwart en hun gezamenlijke menging grijs. Wel is er in toon van bijvoorbeeld geel of wit allerlei variaties te vinden. Zo is het wit rond 1920/1921 vaak vermengd met blauw waardoor er in een schilderij wit en een blauwig wit naast elkaar kunnen voorkomen, zoals bij Tableau 1 goed te zien is. Maar hoezeer Mondriaan ook een referentiepunt was voor Judd, de combinatie rood, geel, blauw paste hij niet naast elkaar toe.

Donald Judd, Zonder titel, 1992, geconstrueerd staal en plexiglas, 550 x 50 x 25, Kunstmuseum den haag

Bij Judd gaat het om het geheel. Dat lijkt logisch, of anders gezegd, geldt dat niet voor alle kunstwerken? Maar zo logisch als het lijkt, zo zelden komt het voor. Hoe vaak ligt in een kunstwerk niet de nadruk op één element van het werk, bijvoorbeeld het verhaal, of de vorm, of enkel de kleur? Bij Judd is alles met elkaar in balans, een prestatie die maar weinig kunstenaars weten te bereiken. Mondriaan was ook bezig met de som der delen, en dat leidde uiteindelijk in het finale resultaat steeds tot een eenheid. Een eenheid in disharmonie. Terwijl Judd een eenheid in harmonie wist te scheppen.

Deze mini-tentoonstelling is samengesteld door Benno Tempel, directeur van Kunstmuseum Den Haag.