Raad van Advies

Raad van Advies Kunstmuseum Den Haag. Foto: Franck Doho

Per 2020 heeft het Kunstmuseum een Raad van Advies. Samen met deze Raad buigen wij ons over de vraag hoe we cultuurliefhebbers van alle leeftijden uit heel Nederland en daarbuiten betrekken bij dit prachtige museum. Nu en in de toekomst. Of het nu gaat om slimme marketing, scherpe programmering, duurzaamheid of inclusie. Daarvoor kunnen we de denkkracht en het enthousiasme van cultuurliefhebbers en creatieve denkers van buiten de organisatie, goed gebruiken. 9 leden - elk met hun eigen unieke expertise en verbinding met specifieke gemeenschappen in Den Haag en daarbuiten – vormen onze Raad van Advies.

De Raad van Advies bestaat per 27 februari 2020 uit de volgende leden:

Dhr. M. (Michael) Dijkstra Taurel        
Dhr. P.M.M. (Pierre) Heijnen        
Dhr. A. (Karim) El-Khetabi 
Dhr. R. (Robin) Kroes    
Dhr. U. (Umar) Mirza
Mevr. J. (Jasmijn) Rana            
Mevr. S. (Safiyeh) Salehi Mobarakeh     
Dhr. Bilal Sahin 
Mevr. N. (Nadia) Zerouali


De Raad komt minstens drie keer per jaar samen en adviseert de directie (en afhankelijk per thema relevante collega’s) over strategische vraagstukken. Daarbij ligt een sterke focus op diversiteit, inclusie, het bereik van nieuwe doelgroepen, marketing en netwerken. Leden blijven voor een periode van tenminste twee jaar aan, waarna via een rooster van aftreden nieuwe leden worden geworven, maar ook de continuïteit van de Raad wordt geborgd.

Leer de leden van de Raad van Advies hieronder beter kennen

  • Michael Dijkstra Taurel is merk- en naamgevingstrateeg en oprichter van het Amsterdamse bureau Globrands dat bedrijfs- en productnamen ontwikkelt, zowel in Nederland als internationaal, waaronder merknamen als Schuddebuikjes, Senseo en Thalys tot Prevalin, Essent en DigiD.

     

    “Ik adviseer bedrijven hoe zich het beste kunnen profileren aan de hand van hun naam, bijvoorbeeld na een fusie of als zij een nieuw product op de markt brengen. In die hoedanigheid was ik ook betrokken bij de overgang van Gemeentemuseum naar Kunstmuseum.

     

    Uit diverse onderzoeken kwam naar voren dat de naamsbekendheid van het museum erg laag was. De oude naam bood onvoldoende inzicht in wat het museum deed en in het buitenland kon men zich al helemaal geen beeld vormen van de tentoonstellingen of de collectie. Een sterke naam is een hele scherpe samenvatting, een bundeling van associaties.

     

    Als deelnemer van de Raad van Advies krijg ik nu de kans om op een andere manier met het museum samen te werken. Mijn overgrootvader was een van de oprichters van Arti et Amicitia, een kunstenaarsvereniging gevestigd aan het Rokin in Amsterdam. Het voelt een beetje alsof ik een familietraditie voortzet. Waar ik het meest naar uitkijk, is om met deze club de boel op te schudden en discussies op gang te brengen.

     

     

    Het museum heeft de ambitie er voor iedereen te zijn. Deze Raad van Advies, waarvan alle leden een andere achtergrond hebben, is een manier om hieraan te werken. Zo doet het museum veel goed, maar natuurlijk kunnen altijd dingen beter. Waar het nu vooral draait om het programma van wisselende tentoonstellingen, zou het waardevoller zijn om het overkoepelende verhaal verder uit te diepen en de naam Kunstmuseum te ‘laden’. Het liefst wil je in de herinnering van mensen komen als een plek die altijd de moeite waard is om te bezoeken, ongeacht welke tentoonstellingen er te zien zijn.”

     

  • Pierre Heijnen is voormalig Tweede Kamerlid, gemeenteraadslid en wethouder in Den Haag. Tot zijn pensioen was hij bestuursvoorzitter van ROC Mondriaan.

     

    “Ik ben zelf geen groot kunstconsument, maar wat ik via school heb meegekregen is altijd blijven hangen. Wat er eenmaal inzit, krijg je er niet meer uit; ook dat ‘onbegrijpelijke’ toneelstuk of schilderij. Doordat het zaadje op jonge leeftijd is gepland, zal je later weer terug komen. Die eerste kennismaking is dus een groot goed; daar moeten we voor vechten.

     

    Ik heb altijd in Den Haag gewoond, en ik voel me betrokken bij het wel en wee van de stad. Het Kunstmuseum is een icoon, waarmee ik vanuit verschillende politieke rollen te maken heb gehad. Als ervaren bestuurder heb ik een goed ontwikkelde maatschappelijke antenne en een relevant netwerk. Ik ken iedere stoeptegel, de infrastructuur en de verschillende groepen en organisaties van Den Haag. Ik kan de haalbaarheid van nieuwe ideeën daardoor goed inschatten.

     

    Een museum is er natuurlijk niet alleen voor de elite; je moet mensen uit de hele stad van jongs af aan actief stimuleren bezoeker te worden. Zeker in een diverse stad als Den Haag vergt dat alertheid en creativiteit. Met de stadsdeelavonden is er een mooie traditie opgebouwd, maar als je mensen ook op gewone dagen naar het museum wil krijgen, moet je kunst steeds een nieuwe, actuele betekenis geven. Dat kan bij uitstek in randprogrammering, zoals debatten en lezingen.

     

    Toen ik voorzitter was van de Raad van Toezicht van Het Nationale Theater, zag ik dat randprogrammering daarom niet langer aan de rand moet staan. Wil je jongeren trekken, dan is een toneelstuk of tentoonstelling niet langer genoeg. Meer dan eerdere generaties zijn zij gericht op evenementen: ze willen muziek, discussies en zelf dingen maken. Om een breder publiek aan te spreken, moet je dus meer doen en tamtam maken.”

     

     

  • Karim El-Khetabi is directeur van Giving Back, een stichting die onder meer via mentorprogramma’s talentvolle havo- en vwo-leerlingen ondersteunt, alsook studenten HBO en WO. 

     

    “Ik ben geboren in Marokko en opgegroeid in een volkswijk van Rotterdam. In mijn jeugd speelden kunst en cultuur totaal geen rol. Bij de jongeren die zijn aangesloten bij Giving Back zie ik dit regelmatig terug. Het nut en noodzaak van kunst is niet altijd evident in de opvoeding. Waarbij het idee kan ontstaan dat kunst een luxe is, een museumbezoek een waste of time. Maar ik weet inmiddels vanuit mijn eigen ervaring in plaats van mijn opvoeding: kunst kan je blik verbreden en is daarom essentieel voor je algemene ontwikkeling. Als je met je neus op een tomaat zit, is alles rood; kunst laat je zien dat er ook andere kleuren in de wereld zijn.

     

    Dat het museum zich openstelt voor meningen van buitenaf is ontzettend waardevol. Buitenstaanders hebben ideeën waar het museum zelf misschien niet zo snel aan denkt. Ik heb geen pasklaar antwoord op de vraag wat je moet doen om jongeren, die normaal gesproken nooit naar het museum komen, naar binnen te lokken. Maar ik kan me wel goed verplaatsen in deze doelgroep en meedenken over hoe je ze bereikt.

     

    Ik heb jarenlang als consultant gewerkt, o.a. voor KPMG later als bankier bij Rabobank Rotterdam, en heb dan ook geen moeite met advies geven, gevraagd en ongevraagd. Wat mij opvalt is dat de Raad van Advies heel ‘bewust’ is samengesteld; de leden hebben uiteenlopende achtergronden en kunnen zich goed verplaatsen in de diverse doelgroepen die het museum wil bedienen. Er is echter ook een valkuil, namelijk dat we allemaal iets anders roepen en dat het museum van al die adviezen uiteindelijk geen chocola kan maken. Nog steeds kan deze aanpak goed werken, maar we moeten erop toezien dat diversiteit niet een doel op zich wordt.”
     

     

     

  • Robin Kroes is directeur Strategie bij VodafoneZiggo en verantwoordelijk voor de digitale transformatie binnen het bedrijf. Hij is opgegroeid om de hoek bij het museum en woont nu in Amsterdam.

     

    “Heel kort samengevat houd ik mij bezig met de vraag: wat moeten we als bedrijf doen om succesvol te zijn? De toenemende digitalisering van de wereld brengt veranderingen met zich mee. In die dynamiek willen we een relevante rol blijven spelen voor alle Nederlanders, want zo breed is onze doelgroep. Wat hierbij helpt, is een helder en eerlijk merkverhaal dat mensen aanspreekt en waaraan zij zich kunnen verbinden. Zo versterkt je de emotionele band van de consument met het bedrijf.

     

    Dat is ook een belangrijke uitdaging voor het museum. Het aanbod is enorm breed en de doelgroep divers. Hoe zorg je dat je niet alleen de trouwe schare fans maar ook nieuwe bezoekers bereikt én raakt? Van allerlei kanten wordt een beroep gedaan op de aandacht van mensen, dus je moet iets bieden wat zij niet elders óók kunnen beleven. Als een organisatie goed en helder kan uitleggen wat haar toegevoegde waarde is, zijn mensen sneller geneigd te luisteren.

     

    Voor mij is een belangrijke meerwaarde van het Kunstmuseum het gebouw. De architectuur van Berlage heeft op mij als kind al grote indruk gemaakt en misschien wel mijn interesse in kunst gewekt. Nog steeds haal ik veel energie uit elk bezoek. Kunst kan inspireren en leiden tot nieuwe inzichten. Mijn wens voor het museum is dat meer mensen het waarderen als een plek voor bezinning en inspiratie.

     

    Het verdient lof dat het museum een Raad van Advies heeft ingesteld, en dat zeg ik niet alleen omdat ik er zelf deel van uitmaak. Een organisatie die zich openstelt en luistert naar anderen, zal zich automatisch blijven ontwikkelen en zijn relevantie behouden, daarvan ben ik overtuigd.”  
     

     

     

  • Als oprichter en eigenaar van MDI Consultancy adviseert Umar Mirza bedrijven in sociale innovatie. Ook zette hij de School of Shapers op, een sociaal opleidingstraject voor professionals en vrijwilligers. Verder is Mirza werkzaam als dagvoorzitter en debatleider.

     

    “Bij kunst ben ik altijd op zoek naar de verhalen die er achter liggen. Zo is Delfts blauw meer dan alleen Nederlands aardewerk; het vertelt iets over de periode en de tijdsgeest van toen, de handel en onze interactie met China. Ik ga zelf niet naar het museum voor filosofische overpeinzingen, maar om iets nieuws te leren. Het is een plek om met kritische blik te twijfelen, nieuwsgierig te zijn en geïnspireerd te raken.

     

    Alle leden van de Raad van Advies hebben een andere maatschappelijke achtergrond en expertise. Dat is een bewuste keuze. Ik was bij de samenstelling betrokken, en een directe vraag was: hoe brengen we buiten naar binnen? We zijn hier om uit te dagen en mee te denken over vragen die het museum aandraagt. Hoe kun je elkaar versterken? Ik denk bijvoorbeeld zelf niet vanuit de kunstwereld; mijn kracht ligt in creatieve processen en het leggen van verbindingen met maatschappelijke organisaties in Den Haag en de rest van Nederland. Met welke samenwerkingen trek je een nieuw publiek, en hoe pak je dat aan?

     

    Het zou mooi zijn als over vijf jaar meer mensen uit Den Haag het museum niet alleen zien als ‘dat gele gebouw waar je langskomt op weg naar Scheveningen’, maar als een plek die ook echt van hen is. Dat ze mensen van buiten de stad niet alleen trots vertellen over Madurodam en het strand, maar ook over het Kunstmuseum. Mijn grootste wens is dat kinderen van ouders met een migratieachtergrond straks ook conservator of museumdirecteur willen worden en vragen: ‘mam, mogen we alsjeblieft naar het museum?’”
     

     

     

  • Jasmijn Rana  is cultureel antropoloog en universitair docent aan de Universiteit Leiden. Ze geeft “veel les” en doet onder andere onderzoek naar diversiteit, gender, ras en etniciteit. Rana is geboren in Amsterdam, maar woont alweer twaalf jaar in Den Haag.

     

    “Ik woon heel dichtbij, dus ik fiets vaak langs het kunstmuseum. Maar ik kom er eigenlijk te weinig. Als ik ga dan is het vaak doordeweeks, op een zogeheten ‘snipperochtend’. Vooral het gebouw is heel bijzonder. Ik werkte ooit in de Beurs van Berlage; daarom voelt het hier heel vertrouwd. Al is zijn stijl op beide plekken anders uitgevoerd, je voelt gewoon dat het Berlage is.

     

    Als antropoloog zoom je in op een kleine groep mensen en hoe ze hun leven leiden. Ik vind het belangrijk dat je als onderzoeker niet alleen denkt aan je resultaten, maar ook aan waar – en bij wie – ze terecht komen. Welk publiek zou deze ‘vergeten’ verhalen moeten horen?

     

    Voor een museum spelen eigenlijk hetzelfde soort vragen: voor wie zijn onze kunstwerken en wat is onze belangrijkste taak? Als onderdeel van de Raad van Advies lijkt het me interessant om over die thema’s mee te denken. De stadsdeelavonden laten zien dat het museum in gesprek wil blijven met de buurt. Maar je zou nog op meer manieren een gesprekspartner van de samenleving kunnen zijn. Dat kan in rondleidingen of lezingen, maar bijvoorbeeld ook met publieke debatten. Kunst heeft bijna altijd een politieke of maatschappelijke lading, wat een mooie aanleiding kan zijn voor een gesprek tussen verschillende groepen in de samenleving.

     

    Kunst grijpt je vast en zet aan tot denken: met de ondertitel ‘Real art, fake news’ wakkerde de tentoonstelling van KP Brehmer bij mij meteen iets aan. Ik hoop dat steeds meer mensen die ervaring krijgen. Dat ze er niet altijd maar langs het gebouw lopen – of alleen op stadsdeelavonden komen – maar zich hier zo thuis voelen dat ze gewoon even langskomen voor bezinning.”
     

     

     

  • Bilal Sahin is coördinator van Vadercentrum ADAM in het Laakkwartier. Iedereen is hier welkom, maar de meeste activiteiten zijn er speciaal voor mannen die weinig mogelijkheden hebben zichzelf te ontplooien. 
     

     

    “Dit jaar bestaat het Vadercentrum twintig jaar en inmiddels zijn er ruim 150 vrijwilligers bij aangesloten. Zij helpen wekelijks de ruim 700 bezoekers die naar het Vadercentrum komen om te leren lassen, kleermaken of websites bouwen bijvoorbeeld. Er zijn sportlessen, taalcursussen, het centrum heeft een Weggeefwinkel en organiseert Repair Cafés.  

     

    Veel van onze bezoekers hebben hun handen vol aan de eerste basisbehoeften: een dak boven het hoofd, brood op de plank, zorg voor ouderen of kinderen. Kunst komt dan op de laatste plaats. Samen met het museum zet ik mij daarom in voor het stadsdelenproject, een cultureel avondje uit waarvoor alle Hagenaars per stadsdeel worden uitgenodigd. Het is mijn droom dat elke inwoner van het Laakkwartier minstens één keer het Kunstmuseum bezoekt.  

     

    Met kunst en educatie maak je de wereld mooier, in de breedste zin van het woord. Ik heb gezien hoe dit radicalisering kan tegengaan. Niet door harde maatregelen, maar door nieuwe perspectieven op de wereld te bieden. Bij gelijkwaardigheid, aandacht en vertrouwen zijn veel mensen gebaat. Het museum kan hier een rol in spelen, bijvoorbeeld door in de wijken workshops en lezingen te geven. Zoals het gezegde luidt: ‘als de berg niet naar Mozes komt, gaat Mozes wel naar de berg.’ 

     

    Ik kan heel veel dingen niet, maar één ding kan ik best goed, en dat is mensen met elkaar verbinden; zien waar hun sterke punten liggen en die koppelen aan de talenten van anderen. In het Vadercentrum proberen wij dat talent te vinden en in te zetten. Het museum kan een soortgelijke rol vervullen, tijdens speciale avonden maar bij voorkeur ook op een gewone dag doordeweeks of in het weekend.” 
     

     

     

  • Safiyeh Salehi Mobarakeh is mede-oprichter van Zero INvisible Children (ZINC) een ngo die zich inzet om de wereldwijd 290 miljoen kinderen zonder geboortecertificaat te voorzien van een legale identiteit. Als onafhankelijk MENA-NL Liaison is zij daarnaast aanjager van publiek-private coalities met maatschappelijke impact en treedt zij regelmatig op als spreker en dagvoorzitter. 

     

    “Mijn vroegste herinnering aan het museum is van toen ik een jaar of vier was. Ik had in een boek van mijn Haagse oma een afbeelding van een Mondriaan gezien en kort daarop namen zij en moeder me mee om het schilderij in het echt te bekijken. Ik weet nog dat ik dit eerste bezoek een beetje vond tegenvallen want er hing - in mijn beleving - maar één Mondriaan. Kennelijk had ik mij verheugd op een museum vol! Wat me ook bij is gebleven zijn de eindeloze zalen en gangen van het imposante gebouw.

     

    Tegenwoordig zijn mijn drie zoons kind aan huis bij het museum. Mijn oudste gidst ons rond en verrast mij en zijn broers met allerlei anekdotes. Ook over Mondriaan kan hij ontzettend veel vertellen. Verhalen hebben de kracht om kunst tot leven te wekken.

     

    Naast die persoonlijke band heb ik een professionele affiniteit met het gebouw. Ik ben mijn carrière begonnen bij de denktank van OMA, het bureau van architect Rem Koolhaas. Daar werd vanuit een multidisciplinair team onderzoek gedaan naar hoe onze gebouwde omgeving ook altijd een afspiegeling is van bepaalde ideologieën. Kijk maar naar het Kunstmuseum. Het gebouw is een landmark in de stad, een huiskamer voor de bezoekers die er elk weekend komen en voor mensen die er nooit komen misschien wel een ontoegankelijk fort. Interessant is de vraag hoe je hier als organisatie mee omgaat. 

     

    Mijn gedroomde toekomst voor het museum is dat het zich ontwikkelt van een culturele autoriteit naar een culturele verbinder; dat diverse groepen mensen hier - het Engels zegt het zo mooi - een ‘sense of belonging’ vinden. Ik zie het museum als een ideale samenleving in het klein, een plek die verbondenheid en beschutting kan bieden, maar ook kan uitlokken tot dialoog in een wereld waarin dit helaas niet vanzelfsprekend is.”
     

     

     

  • Nadia Zerouali (44) is culinair schrijver van onder andere kookboeken en culinair expert bij het tv-programma BinnensteBuiten. Daarnaast runt ze de Couscousbar in Amsterdam en heeft een lijn van mediterrane producten bij Albert Heijn. Ze woont in Almere.

    “Ik ben totaal niet opgegroeid met musea. Met mijn schoonzus Laila kwam ik voor het eerst in contact met kunst. Sindsdien heb ik een voorliefde voor moderne kunst en geniet ik vooral van de werken van Mondriaan. Wellicht komt dat doordat ik een echte Winterswijkse ben.

    Wat heel mooi is aan dit museum, is het vernieuwende. Elke keer dat ik kom, zie ik weer wat anders. Als kok en culinair schrijver was ik al betrokken bij Glans en Geluk, wat voelde als de tentoonstelling van de toekomst. Van de directie tot conservatoren en experts van buitenaf; samen werkten we aan een tentoonstelling die voortkwam uit de huidige samenleving maar gestoeld is in de geschiedenis. In mijn ideale museum vind je zo’n inclusief project als vast onderdeel naast zalen waarin Erwin Olaf en Mondriaan hangen.

    Het is mooi dat het Kunstmuseum zich openstelt voor invloeden van buitenaf; ook met deze Raad van Advies. Door mijn eigen ervaringen kan ik me voorstellen dat niet iedereen zich op zijn of haar gemak voelt in zo’n indrukwekkend pand vol mensen die alles van kunst lijken te weten.

    Met onorthodoxe methoden kun je een nieuw publiek aanspreken. Alle bezoekers moeten zich hier veilig voelen en weten dat deze plek van en voor ons samen is. Een verschil in taalgebruik of programmering kan daaraan bijdragen, maar óók eten kan functioneren als bindmiddel en hoort bij cultuur en kunst met een hoofdletter. Bij avonden op school zag ik dat veel ouders niet kwamen opdagen. Maar als je hen vraagt iets te eten te maken, zijn ze er ineens wel.  Eten verbindt en kan een mooie manier zijn om van het Kunstmuseum een museum van en voor iedereen te maken.”
     

     

Contact

Voor vragen over de rol, werkwijze en samenstelling van de Raad van Advies kunt u terecht bij strategisch adviseur en secretaris van de Raad van Advies: