Op zoek naar Boutard

Door conservator Frouke van Dijke

Je vindt zijn gezicht in vooraanstaande collecties als het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum Amsterdam. En ook zijn naam is ons bekend, al hebben wij deze ruim een eeuw lang verkeerd gespeld. Ik heb het over Adolphe Boutard, een zwarte man die rond 1883 door verschillende kunstenaars in Den Haag is vastgelegd. De bekendste onder hen is George Hendrik Breitner. Dankzij zijn oeuvre kent iedere kunsthistoricus met een liefde voor de Nederlandse negentiende eeuw Boutard. Herstel: dácht deze Boutard te kennen. Voor de tentoonstelling Breitner vs. Israels doken we in de archieven om meer over dit model te weten te komen. Het leidde tot verrassende ontdekkingen, en evenzoveel nieuwe vragen.

De kennis van toen
Het begon met een simpele vraag: wie was Boutard? Tot nu toe kenden wij hem als Adolf Boutar [sic.], afkomstig uit Abessinië, het huidige Ethiopië. Meermaals staat hij model in de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri Studio, waar men maar weinig oog heeft voor zijn culturele achtergrond. Boutard poseert als van alles, van bewapende tempelwachter tot Arabier. Gehuld in kimono treedt hij in 1886 op met wat wordt omschreven als een ‘vreemdsoortig gezang’, een succesvolle act op de Pulchri-feestavond met het thema Japan.

Ik heb het allemaal meermaals gelezen, en net zo vaak zelf opgeschreven. Toch is het gek. Waarom weten we niet meer over deze Boutard, destijds onomstotelijk een opvallende verschijning in Den Haag?

Een zwart model
Helaas blijven de meeste modellen in de beeldende kunst anoniem. Breitners schilderijen worden bevolkt door een stoet van dienstbodes en straatmeiden, vrouwen zonder status en dus zonder identiteit. Voor Breitner waren het slechts ‘types’. Dit geldt ook voor Boutard. De kunstenaar schilderde zijn gezicht, maar niet zijn portret.

Dit gegeven wordt nog maar eens benadrukt door de activiteiten van Isaac Israels, Breitners collega en rivaal. Ook hij lijkt van Boutards diensten gebruik te hebben gemaakt. Rond 1882 vraagt Israels de kunstenaar Philip Zilcken – die in zijn dagboek kort melding maakt van Boutards poseersessies – om het adres ‘van den neger’. Israels zoekt een zwart model om zijn portret van de KNIL-soldaat Kees Pop te voltooien.

Israels had Pop (zijn echte naam is helaas niet bekend) kort daarvoor ontmoet in het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk. Daar wachtte de gewonde soldaat op een schip naar Afrika. Jaren geleden was hij in Elmina (Ghana) geronseld door het Koninklijk-Nederlandsch Indisch Leger, om aan deze zijde te vechten in de Atjeh oorlog in het voormalig Nederlands-Indië. Wegens een gebrek aan soldaten in deze bloedige koloniale strijd gaat Nederland in Elmina uiteindelijk zelfs over op het kopen van tot slaaf gemaakte mannen, om zo de troepen aan te vullen. Pop overleeft de oorlog, en kan via Harderwijk terug naar zijn geboorteland.

Dat Israels met behulp van Boutard de beeltenis van Pop wenst te voltooien is veelzeggend. Boutard en Pop zijn beiden zwart, en daarmee voor Israels inwisselbaar. De identiteit van Boutard is niet van belang, zelfs niet als het gaat om zoiets persoonlijks als Pops portret. Maar in tegenstelling tot veel van zijn vrouwelijke tegenhangers gaat Boutard niet de boeken is als ‘Anna de groote koffiepikster’ of ‘Marie de kleine magere’, zoals Breitner zijn vele modellen in een schriftje heeft omschreven. We kennen wel degelijk zijn naam, en daarmee was er een goed aanknopingspunt voor verder onderzoek.


Isaac Israels (1865-1934), Portret van KNIL-militair Kees Pop, ca. 1882, Rijksmuseum Amsterdam

De kennis van nu
Hiervoor schakelde ik de hulp in van kunsthistoricus Ruth Krul, ervaren in het verrichten van dit soort genealogisch speurwerk. Al snel stuit zij in de archieven op Adolphe Boutard, die in 1881 van Brussel naar Den Haag is verhuisd. Hij arriveert daar met zijn vrouw Marie Cuvillier en zoon Jean Baptiste Joseph. De jongen was in 1867 in Brussel geboren, waar zijn ouders elkaar hadden ontmoet.

En zo krijgt het tot nu toe onbekende leven van Boutard iets meer vorm. Hij zal deel hebben uitgemaakt van een markant gezelschap variétéartiesten, reizend langs de populaire ‘cafés chantants’ waar men kon lachen, dansen, drinken en zingen. De van oorsprong Antwerpse Cuvillier komt uit een familie van beroepsmuzikanten en ook haar man verdient zo de kost: op hun huwelijksakte staat Boutard omschreven als ‘chanteur ambulant’. De twee aanwezige getuigen zijn beide cabaretier.

Maar de meest verrassende ontdekking is dat Boutard niet uit Abessinië, maar vanuit het toenmalige Nederlands-Indië naar Europa is verhuisd. Daar wordt inderdaad op 27 september 1839 een Adolphe Louis Eduard Boutard geboren in het stadje Tebing Tinggi op Sumatra. Zijn vader is de Belgische KNIL-soldaat Accurse Boutard, afkomstig uit Namen. In 1835 was hij naar dit door Nederland gekoloniseerde land verscheept. Adolphes moeder is de Sumatraanse Siepa.

Maar dan ontstaan er vragen. Krul vindt niet alleen een geboorteakte, maar ook een overlijdensbericht. Op 2 juni 1853 overlijdt Boutard, zoon van Accurse en Siepa. Hij wordt omschreven als een ‘militair kind’ van veertien jaar. In de archieven wordt nergens melding gemaakt van de geboorte van een andere, tweede Adolphe Boutard. Het is dus maar de vraag wie in de jaren 1860 onder de naam Boutard op de boot stapt naar Europa. Was het toch deze zoon van Accurse en Siepa, of geheel iemand anders die dankbaar gebruik heeft gemaakt van de naam? 

Nieuw onderzoek
En dat is niet de enige vraag die ons rest. Waarom vertrok Boutard uit Nederlands-Indië? Hoe werd er hier tegen hem aangekeken? En nog belangrijker: hoe keek hij zelf tegen zijn leven in Europa? Het zijn vragen die we wellicht nooit kunnen beantwoorden.

Hoewel er eerder aandacht is besteed aan de weergave van zwarte of niet-westerse modellen in de Nederlandse schilderkunst blijkt uit deze zoektocht naar Boutard dat er nog genoeg valt te ontdekken. Als we maar de juiste vragen stellen. Zo is het belangrijk om op te merken dat Boutard in deze periode niet het enige zwarte schildersmodel in Nederland was. In haar inventaris van alle werken waarop Boutard zou zijn afgebeeld wijst Krul terecht op de soms opvallende verschillen in het uiterlijk. Zo is de zittende man op een aquarel van Breitner uit de collectie van het Kunstmuseum Den Haag – tot nu toe altijd geïdentificeerd als Boutard – beduidend jonger dan de andere beeltenissen van Boutard. Wellicht vinden wij ook van hen een naam, en kunnen we ze via deze weg een stem geven.

Credits:
Directed by: Simon Buijs
Voice-over: Ezio Augustzoon
Sound design: Francis Locadia
Design: Simon Buijs & Cesare Davolio
2D animation: Ard Arts & Simon Buijs
Onderzoek naar Adolphe Boutard: Ruth Krul
In opdracht van Kunstmuseum Den Haag