12 juni 2021 t/m 17 oktober 2021

Cloisonné

Marie Kuyken

‘Bloemen’ (detail), ontwerp november 1918, eerste uitvoering maart 1919, triplex, koperstrips, gips, gelatine, waterverf, Kuyken Private Archives.


Marie Kuyken (1898–1988) is een van de meest onderbelichte ontwerpers uit ons land. Niet in de laatste plaats omdat maar weinig van haar kleurrijke en fantasievolle ‘cloisonnépanelen’ zijn overgeleverd. Tot recent. Dankzij speurwerk kwamen er verschillende boven water. Kunstmuseum Den Haag brengt, voor het eerst sinds honderd jaar, ongeveer twintig van deze bijzondere panelen samen in de kleine tentoonstelling Cloisonné – Marie Kuyken. 

Deze zogenaamde ‘cloisonnépanelen’ zijn gemaakt in de periode 1918-1922 door het Haarlemse familiebedrijf van Wilhelm A. Kuyken Jr. Deze kleine firma, opgericht in 1904, is aanvankelijk gespecialiseerd in de productie van koperbandstempels en drukplaten voor het bedrukken van textiel, linoleum en behangselpapier. Wanneer tijdens de Eerste Wereldoorlog de opdrachtenstroom uit omringende landen droogvalt, wordt Kuyken gedwongen een product te ontwikkelen waarmee hij zich direct op particulieren kan richten. Bijgestaan door zijn zwager, de beeldhouwer Hendrik van den Eijnde, besluit hij om de techniek van het hameren en ponsen van vlakke koperen strips in hout te gebruiken voor het maken van decoratieve panelen en doosjes.

Marie Kuyken
De voorstellingen zijn ontworpen door Marie Kuyken (1898-1988), Wilhelms talentvolle oudste dochter die in 1917 de Haarlemse School voor Kunstnijverheid afrondt. Ze tekent bloemen en dieren, figuratief maar niet altijd herkenbaar en soms geheel te danken aan haar fantasie. Samen met het betoverende effect van de oplichtende strips, en met titels als Bespiegeling, Rhytme en Illusie, geven ze de panelen een poëtische sfeer. In totaal tekent Marie zo’n 40 voorstellingen, waarbij ieder ontwerp naar alle waarschijnlijkheid niet meer dan zes keer wordt uitgevoerd. De cloisonnépanelen zijn dan ook vrij zeldzaam: de totale productie wordt geschat op 150 tot 200 exemplaren. Vandaag de dag zijn er nog zo’n 50 fysiek overgeleverde panelen bekend. 

Marie en Wilhelm zagen de panelen het liefst opgenomen in een kast, fries, schoorsteenmantel of wandbetimmering. Op enkele speciale opdrachten na, kwam het daar helaas maar weinig van. In de tentoonstelling zijn echter twee van deze unieke opdrachten te zien: een elegante notenhouten boekenkast en een fabelachtig haardscherm.

Tekst gaat verder onder de afbeeldingen. 

Cloissoné
De term ‘cloisonné’ refereert aan de historische techniek van het email cloisonné. Daarbij werd ook gebruikt gemaakt van metalen strips, maar dan op een metalen ondergrond. De strips vormen niet alleen de voorstelling, maar voorkomen ook dat de verschillende kleuren emailpoeder waarmee de holle vakjes tussen de strips (cloisons) worden gevuld niet samensmelten in de oven. 
Bij de firma Kuyken werden de koperen strips in houten panelen gehamerd, en speelde de oven geen rol. Voor de vulling van de cloisons ontwikkelt men een pasta van gips en gelatine die men kleurt met waterverf. In 1919 patenteert Kuyken zijn procedé. 

De cloisonnépanelen worden direct goed ontvangen, maar het hoogstaande en tijdrovende vakmanschap blijkt ook kostbaar, een consequentie van de inflatie na de oorlog waardoor de arbeidslonen sterk stijgen. In 1923 verhuist de firma Kuyken daarom noodgedwongen naar Dilbeek (bij Brussel) – waar men zich op andere producten gaat toeleggen – en stopt de productie van cloisonnépanelen met koperstrips.